Onderzoek naar relatie MBO opleiding en kansen op werk voor Pro leerlingen

Mbo niet zaligmakend 

De uitkomsten van dit onderzoek zijn even helder als stevig:
de leerlingen die direct aan het werk gegaan zijn, zijn beduidend succesvoller op de arbeidsmarkt dan degenen die een mbo-­opleiding zijn gaan volgen (bol of bbl).
Niet alleen hebben de werkers vaker betaald werk,
ook hebben zij vaker een grote baan dan de mbo ’ers. Het is niet, wat vaak gedacht wordt, dat deze laatste leerlingen massaal op het mbo uitvallen, bijvoorbeeld omdat de ROC’s te grootschalig zouden zijn.
Leerlingen uit het praktijkonderwijs presteren op het
mbo niet slechter dan andere mbo’ers.
Sterker nog, uit dit onderzoek komt een beeld naar voren dat ze op het mbo juist succesvoller
zijn dan menigeen denkt. Dat blijkt echter geen garantie voor succes op de arbeidsmarkt.
Integendeel. Een mogelijke verklaring is dat de leerlingen die het mbo verlaten (met of zonder)
diploma niet of nauwelijks ondersteund worden bij het vinden van werk. Dit in tegenstelling tot de leerlingen die vanuit het praktijkonderwijs direct aan het werk gaan.
Heel opvallend is de constatering dat mbo’ers met een diploma niet succesvoller op de arbeidsmarkt zijn dan mbo’ers zonder diploma, én dat mbo’ers met een hoger diploma niet succesvoller zijn dan mbo’ers met een lager diploma. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de leerlingen, zeker de stapelaars, relatief oud zijn wanneer ze het mbo verlaten en daarmee voor werkgevers mogelijk minder interessant.

Stevige uitkomst

De uitkomsten van het onderzoek maken duidelijk hoe nuttig het kan zijn meer te weten over hoe het deze leerlingen na  het  verlaten van  het praktijkonderwijs  vergaat.
Overigens  heeft  niet  alleen het praktijkonderwijs  belang  bij  deze  informatie.

Gemeenten

In  het  kader  van  de  Participatiewet  kan  deze  informatie  ook  voor  gemeenten  waardevol  zijn.
Mogelijk  kan  op  grond  van  wederzijdse  belangen  gezamenlijk  een  extra  impuls  gegeven worden  aan  het  volgen  en  ondersteunen  van  de  leerlingen  na  het  verlaten  van  het praktijkonderwijs. (lees HIER het onderzoek)