Tweede Kamer maakt draai in regelgeving rond praktijkonderwijs

De Tweede Kamer stemde op 10 maart 2015 in met het wetsvoorstel van staatssecretaris Dekker om leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) in het stelsel van passend onderwijs te integreren. Zijn plan om hierbij de mogelijkheid te scheppen om de landelijke criteria voor toelating tot het praktijkonderwijs los te laten, kwam echter niet door de Kamer. Het amendement van Kamerlid Ypma (PvdA) om deze landelijke criteria te handhaven, werd aangenomen.
De kern van het voorstel is dat de samenwerkingsverbanden vo vanaf 1 januari 2016 verantwoordelijk zijn voor de toewijzing van leerlingen naar het lwoo en praktijkonderwijs en voor de bijbehorende budgetten.

Landelijke criteria voor praktijkonderwijs behouden

Via het wetsvoorstel bood Dekker samenwerkingsverbanden de mogelijkheid om de landelijke criteria voor de toewijzing naar het lwoo en praktijkonderwijs al vanaf 2016 los te laten – de zogenaamde ‘opting out’. Dit zou betekenen dat als alle schoolbesturen van het betreffende samenwerkingsverband het ermee eens zijn, zij zelf bepalen welke toelatingscriteria er gelden. Met de aanname van het amendement van de PvdA blijven de landelijke criteria voor het praktijkonderwijs nu echter behouden en kunnen samenwerkingsverbanden er alleen voor kiezen om de criteria voor lwoo zelf te bepalen.
Deze draai van de Tweede Kamer wekt verbazing. In het Regeerakkoord is, op aandringen van coalitiepartner PvdA, opgenomen dat pro en lwoo in het passend onderwijs zouden worden opgenomen. Onder andere de VO-raad had hierop stevige kritiek. Nu, slechts korte tijd later, komt de PvdA met een amendement om een deel van de regelgeving voor passend onderwijs niet van toepassing te laten zijn voor het praktijkonderwijs, en stemt de Kamer hiermee in. (Meer: VO raad: Steunpunt Passend Onderwijs)