Passend onderwijs en zorgleerlingen

Op 1 augustus 2014 is passend onderwijs ingevoerd. In het kort komt het er op neer dat scholen een zorgplicht hebben en (aangemelde) leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, een passend onderwijsaanbod moeten bieden.
Met de invoering van passend onderwijs zijn de samenwerkingsverbanden nu (financieel) verantwoordelijk voor de plaatsing van leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs.

De leerlinggebonden financiering (lgf) in het reguliere onderwijs (rugzakken) is afgeschaft.
Met de invoering van passend onderwijs wordt mede beoogd de sterke groei van het (voortgezet) speciaal onderwijs in de laatste decennia tegen te gegaan.
De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel om de samenwerkingsverbanden vo met ingang van schooljaar 2015/'16 verantwoordelijk te maken voor de verwijzing van leerlingen naar het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs.


Het schooljaar 2014/'15 markeert de invoering van passend onderwijs. (=Link) Aan het begin van dat schooljaar is het aantal leerlingen met speciale onderwijsbehoeften of zorgleerlingen met 800 gedaald tot 241 duizend. Uitgedrukt in procenten is de krimp bescheiden: 0,3% minder zorgleerlingen. Met uitzondering van 2009 is een daling sinds 2000 niet meer genoteerd.
De krimp hield gelijke tred met die van de totale schoolpopulatie (-0,3%).
Deze aantallen zijn exclusief leerlingen in het reguliere onderwijs met leerlinggebonden financiering (lgf). In juli 2014 waren er 36.800 leerlingen met een rugzak in het po en vo. (=Link)
Het percentage leerlingen met speciale onderwijsbehoeften is de laatste jaren stabiel en bedraagt 9,4% van alle leerlingen in het primair onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs tezamen. In 2003/'04 was het 8,6%.
Het aantal leerlingen met speciale onderwijsbehoeften groeide vanaf 2003 met 8,8%, terwijl de totale leerlingenpopulatie in deze periode juist met 1,1% kromp.

Leerlingen met speciale onderwijsbehoeften* naar onderwijssoorten en schooljaren
2014/'152013/'142012/'132011/'122010/'112003/'04t.o.v. 2013/'14t.o.v. 2003/'04
speciaal basisonderwijs36.84738.13539.93641.79242.83651.369-3,4%-28,3%
(basis) speciaal onderwijs31.02531.81733.34334.27234.21533.566-2,5%-7,6%
voortgezet speciaal onderwijs39.89039.32536.98935.86534.64820.4861,4%94,7%
praktijkonderwijs29.32928.62327.66926.81326.64024.4902,5%19,8%
lwoo103.809103.821102.73399.42098.20991.4430,0%13,5%
totaal zorgleerlingen240.900241.721240.670238.162236.548221.354-0,3%8,8%
totaal onderwijs (po, so en vo)2.550.8982.559.3212.569.8782.579.1612.585.8912.578.386-0,3%-1,1%
speciale onderwijsbehoeften*9,4%9,4%9,4%9,2%9,1%8,6%
peildatum: 1 oktober; bron: DUO; bewerkt door: ©NCOJ; *)exclusief leerlingen met lgf

Verschillen tussen onderwijssectoren

Als we spreken over een daling van het aantal zorgleerlingen dan gaat dat niet voor alle onderwijssectoren op. In het primair onderwijs treedt een daling op en bij het voortgezet (speciaal) onderwijs lopen de aantallen nog steeds op.


Inschrijvingen bij praktijkonderwijs gestegen, bij lwoo stabiel

Er zijn 104 duizend leerlingen op een school voor lwoo ingeschreven, evenveel als in 2013. Het is voor het eerst sinds 2010 dat het lwoo niet groeit.
Het praktijkonderwijs is gegroeid met 700 leerlingen (2,5%) tot ruim 29 duizend leerlingen.
Sinds 2003 tellen we 13,5% meer leerlingen in het lwoo, 19,8% in het praktijkonderwijs en 5,3% in het overige voortgezet onderwijs. De leerlingenpopulatie in het totale voortgezet onderwijs is in deze periode met 6,5% gegroeid.

Van alle scholieren in het voortgezet onderwijs bezoekt 3,0% een school voor praktijkonderwijs en 10,5% het lwoo. De resterende groep (86,5%) gaat naar het vmbo, havo of vwo.
De populatie van het vmbo, havo en vwo is in het schooljaar 2013/'14 met 1,3% gegroeid tot circa 853 duizend leerlingen.
Leerlingen in voortgezet onderwijs naar onderwijssoorten en schooljaren 

Leerlingen in voortgezet onderwijs naar onderwijssoorten en schooljaren
2014/'152013/'142012/'132011/'122010/'112003/'04t.o.v. 2013/'14t.o.v. 2003/'04
praktijkonderwijs29.32928.62327.66926.81326.64024.4902,5%19,8%
lwoo103.809103.821102.73399.42098.20991.4430,0%13,5%
vmbo/havo/vwo852.655841.947831.584823.518815.305809.6901,3%5,3%
totaal985.793974.391961.986949.751940.154925.6231,2%6,5%
peildatum: 1 oktober; bron: DUO; bewerkt door: ©NCOJ 

Rugzakken in het onderwijs

Aan het einde van het schooljaar 2013/'14 ontvingen scholen leerlinggebonden financiering (lgf) of een rugzak voor 36.843 leerlingen. Het ging daarbij om 16.865 leerlingen in het po (46%) en 19.978 in het vo (54%).
De regeling voor lgf is met de invoering van passend onderwijs afgeschaft. De toewijzing en financiering van extra ondersteuning is vanaf 1 augustus 2014 de verantwoordelijkheid van scholen in het samenwerkingsverband.
Verreweg de meeste leerlingen met lgf (62% in het po en 79% in het vo) hadden een indicatie voor begeleiding uit cluster 4 (ernstige gedragsproblemen of psychiatrische stoornissen).
In het primair onderwijs volgde op grote afstand een indicatie langdurig gehandicapte kinderen (lg: 15%) en in het voortgezet onderwijs een indicatie voor ondersteuning van langdurig zieke leerlingen (lz: 9%). De indicaties variĆ«ren sterk met de onderwijssectoren.

Link naar orginele artikel

NCOJ

Corwin aan het werk bij t Broodhuys in Hoogkarspel