Jonge werkloze wil graag werken

Vinden jongeren zo moeilijk werk omdat ze zich blindstaren op hun droombaan? Experts laten weinig heel van dat beeld. ‘Er is niets mis met hun mentaliteit.’ zegt Huub Nelis, auteur van Motivatie binnenstebuiten. (Link)
Uitspraken over een verkeerde houding kan ook arbeidssocioloog Fabian Dekker ‘totaal niet plaatsen’. Geen onderzoeksresultaat strookt met dat idee. Dekker sprak voor zijn boek Bankzitten met tientallen werkloze jongeren. Zijn conclusie: de wil om te werken is onder de jeugd juist heel groot. Het deert jongeren nauwelijks of dat werk tijdelijk onder het eigen niveau is of net niet past in het ideale plaatje. Dekker: “De sociale norm is dat je het als individu moet redden. Ook als werkloze twintiger moet en zal je nog eens je mouwen extra opstropen. Jongeren zijn vandaag de dag goed geïnformeerd en zien zichzelf zonder werk al gauw als buitenbeentje.

“Werkloos op de bank gaan zitten is een degradatie van jezelf. Een sociale angst.” Spreken over een probleem van ‘de’ generatie bezorgt Dekker een onbehaaglijk gevoel. Als verwend of kritisch zou hij ze zeker niet willen omschrijven. “In feite verschilt deze jeugd nauwelijks van eerdere generaties.” Sterker: jongeren zijn behoorlijk conservatief. Het merendeel wil op termijn nog steeds een stabiel gezin en vaste baan. Dat is belangrijker dan die droom, zegt Dekker.
Het grote verschil met eerdere generaties – die bijvoorbeeld in de jaren tachtig wel de straat op gingen om te demonstreren – is dat de huidige jonge werkzoekenden onbekend zijn met tegenslag. Volgens de socioloog hebben ze geen idee hoe ze zich moeten redden uit een uitzichtloze situatie. Die onbekendheid met tegenslagen maakt dat veel jongeren moeite hebben hun weg te vinden. “Jonge werklozen zijn opgegroeid op de pieken van de welvaart.” In plaats van banen af te wijzen werkt een kwart van de jongeren inmiddels onder het eigen niveau.
Om toch maar aan de slag te kunnen, blijven ze hangen in een bijbaan, zegt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen. Gevolg is dat zij lager opgeleide leeftijdsgenoten verdringen van de arbeidsmarkt. Jezelf weten te onderscheiden van anderen is, zeker voor de lager opgeleide jongeren, daarom van nog grotere waarde in de zoektocht naar werk.