Op tijd komen is een arbeidscompetentie !
1
Het komt voor dat ik te laat op school kom.
Dat kan komen bijvoorbeeld doordat ik te laat van huis weg ben gegaan of doordat de band van mijn fiets onderweg lek gaat.
2
Als ik weet dat ik te laat ga komen op school, voel ik me somber, boos of gestrest.
3
Op dat ogenblik weet ik niet goed hoe ik moet omgaan met te laat op school komen.
4
Als ik te laat op school aankom, mag ik de les niet meer in.
Ik kan mij hierdoor somber, boos of gestrest voelen.
Als ik te laat kom, moet ik een 'te laat' briefje halen bij de administratie van de school of bij de conciƫrge.
5
Dat vind ik niet leuk.
Ik wil daarom voorkomen dat ik te laat kom.
Ik doe mijn best om op tijd op school te komen.
Dat kan ik doen door de volgende dingen voor te bereiden:
6
Ik zorg ervoor dat mijn kleren 's ochtends klaarliggen, dat ik mijn tas heb ingepakt en dat ik op tijd van huis weg ga.
Zo heb ik er voor gezorgd dat ik goed ben voorbereid.
7
Maar soms kom ik toch te laat, ondanks mijn goede voorbereiding.
Dat is niet erg en ik kan er niets aan doen.
Voorbeelden van situaties waardoor ik te laat kom, zijn:
Ik krijg bijvoorbeeld een ongeluk onderweg.
Of mijn vriend waar ik altijd samen mee naar school fiets, is te laat.