Samen komen we deze tijd wel door.


Zie de maan schijnt door de bomen,
Makkers staakt uw wild geraas.
Ook al zal ik willen stoppen,
Die prikkels zijn mij steeds de baas.
En wie zoet is krijgt lekkers,
maar dan word ik weer zo druk.
Dan wil ik zingen en veel springen,
en dan gaat er soms iets stuk.
Piet kijkt stiekem door de schoorsteen,
wie er lief is en wie stout.
Ik wil graag de liefste wezen, 
maar in december gaat dat fout.
Terwijl iedereen de feesten vindt,
denk ik:  was het maar geweest.
Was het vast maar januari,
dan is het voor mij weer feest.

Uit ‘Stichting autisme en ik’