28/6: staatssecretaris Klijnsma: alle Wajongers opnieuw keuren

Kabinet verwacht bijstand 190 duizend jongeren in de bijstand

Volkskrant 28-6-2013; Iedereen met de jonggehandicapten-uitkering (Wajong) wordt de komende jaren herkeurd. Wie kan werken, krijgt een bijstandsuitkering in plaats van Wajong en moet door de gemeente aan een baan worden geholpen. Het gaat om 230 duizend personen die als jongere meer of minder gehandicapt zijn. Het kabinet verwacht dat slechts 40 duizend van hen volledig en duurzaam gehandicapt zijn en hun uitkering kunnen houden.
Dit kondigt staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA) van Sociale Zaken aan in een brief aan de Tweede Kamer over haar Participatiewet. Deze voegt in 2015 de bijstand, sociale werkplaatsen en de uitkering voor jonggehandicapten Wajong samen. Het gaat in totaal om 700 duizend mensen. De gemeenten krijgen de taak deze personen aan werk of een uitkering te helpen.

Achteruitgang
Werk heeft de voorkeur van het kabinet. Dat heeft een bezuiniging ingeboekt van 245 miljoen euro in 2017, later oplopend naar 1,6 miljard. In april maakte het kabinet hierover afspraken met vakbonden en werkgevers, donderdag sloot Klijnsma ook een akkoord met de gemeenten. Voor een aantal groepen onder de alsnog goedgekeurde Wajongers zal de overgang naar de bijstand een achteruitgang in inkomen betekenen.
De hoogte van de Wajong verschilt en is afhankelijk van het moment van toekenning. Het aantal Wajong-uitkeringen steeg vooral nadat gemeenten in 2006 verantwoordelijk werden voor de bijstand. Veel bijstandsontvangers werden doorgestuurd naar de Wajong omdat zij eigenlijk van jongs af aan gehandicapt waren. Dit scheelde de gemeente een bijstandsuitkering en betrokkene kreeg een betere uitkering. De Wajong werd van rijkswege uitbetaald.

Sociale werkplaatsen
De sociale werkplaatsen, waar nu ongeveer 100 duizend personen werken, worden gesloten. Wie er al werkt, houdt zijn baan, maar er komen geen nieuwe collega's bij. 'De sociale werkplaatsen worden inderdaad een sterfhuis', erkent Klijnsma. Tegelijk met de Participatiewet wil Klijnsma een quotum invoeren. Dat betekent dat op straffe van een boete per bedrijf 5 procent van de werknemers arbeidsgehandicapt moet zijn.
In het akkoord met vakbeweging en werkgevers is afgesproken dat het quotum niet wordt ingevoerd als de werkgevers vrijwillig banen creƫren voor gehandicapten: van 2.500 in 2014 tot 100 duizend in 2026. Bij de overheid komen 25 duizend plaatsen. 'Als die aantallen niet gehaald worden, wordt het quotum toch ingevoerd', aldus Klijnsma.

Geen keuringsdienst
In 35 regio's gaan de gemeenten, de vakbeweging, werkgevers en het ministerie in 'werkkamers' de afspraken verder uitwerken. Er komt geen centrale landelijke keuringsdienst die bepaalt hoe arbeidsgeschikt iemand is.
'Dat hangt ook af van de werkplek. Zet mij met een blad bier op het strand in Scheveningen en ik ben niets waard in de bediening. Dan is mijn zogenoemde loonwaarde nul', aldus Klijnsma, zelf gehandicapt aan haar benen. 'Maar als staatssecretaris ben ik het volle pond waard. Hoop ik. Zo moet de loonwaarde dus in de praktijk worden bepaald. De werkplek moet zo goed mogelijk bij iemand passen.'
Gehandicapten verdienen minimaal het minimumloon. Dat is binnenkort 1.478 euro bruto per maand. Een volledige Wajong-uitkering is daar 75 procent van. De bijstand is voor een paar 1.257 euro per maand en voor een alleenstaande 629 euro. De werkgevers krijgen subsidie als de productie van de gehandicapte minder waard is dan het minimumloon. Voor deze subsidies is 480 miljoen euro beschikbaar. Eerder was het de bedoeling dat werkgevers onder het minimumloon mochten betalen en dat gemeenten dat zouden aanvullen tot het minimumloon.

Dat was vooral tegen het zere been van oppositiepartij SP, die daar fel tegen ageerde. SP-kamerlid Sadet Karabulut ziet dan ook 'absoluut een verbetering'. Toch is zij niet te spreken over de plannen. Vooral de herkeuring van de jonggehandicapten is haar tegen het zere been. 'Het overgrote deel van hen zal onder het strenge regime in de bijstand belanden. Dat is heel zorgelijk omdat deze mensen juist extra steun en begeleiding nodig hebben.'