Wet werken naar vermogen sluit jaarlijks tienduizend mensen uit    






Vanaf 1 januari 2013 gaat de nieuwe Wet Werken Naar Vermogen in. Hierdoor zullen grote groepen in de samenleving getroffen worden. Zeker onze leerlingen en hun ouders. Daarom zullen we u de komende maanden proberen voor te bereiden op wat er op u af kan komen.

Wajong & Wet Werken naar Vermogen .
Het kabinet voert de Wet Werken naar Vermogen (WWNV) in. De wet, die met ingang van 1 januari 2013 in werking zal treden, is een bundeling van de Bijstand (WWB), Wet Investeren In Jongeren ( Wij), Sociale Werkvoorziening (Wsw) en Wajong. De wet heeft ook gevolgen voor de huidige Wajongers, WSW’ers en mensen in de bijstand. Wat is de Wet Werken naar Vermogen? Wat zijn de gevolgen van de WWNV, in het bijzonder voor de Wajong?

Wat is de Wet Werken Naar Vermogen?
De WWNV is een wet die de Wajong, Wsw, Bijstand en Wij integreert tot één regeling. Het accent ligt daarbij op de arbeidsgeschiktheid in plaats van arbeidsongeschiktheid. Dit past in de rol van de terugtredende overheid, wat kenmerkend is aan het liberale kabinet-Rutte.

Gevolgen Wajong
Het UWV gaat de arbeidsongeschikte jonggehandicapten die onder de Wajong vallen, herbeoordelen. De Wajongers die (gedeeltelijk) kunnen werken, krijgen met ingang van 1 januari 2014 een lagere uitkering. De hoogte van de uitkering zal dan 70% van het minimumloon bedragen. Momenteel is de hoogte van de uitkering 75% van het minimumloon. Als je na 1 januari in de Wajong komt en kunt werken naar het oordeel van het UWV, dan val je niet onder de Wajong, maar onder de WWNV.  De Wajong zal per 1 januari 2013 alleen toegankelijk zijn voor volledig en duurzaam jonggehandicapten. Degenen die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn, vallen onder de Wet Werken naar Vermogen.

Partnertoets en vermogentoets 
De partnertoets en de vermogenstoets die gelden als voorwaarden voor het ontvangen van een bijstandsuitkering, gelden ook in de Wet Werken naar Vermogen. De partnertoets houdt in dat het gezamenlijk inkomen van de uitkeringsgerechtigde en zijn partner niet hoger zijn dan het sociaal minimum. De vermogenstoets betekent dat een uitkeringsgerechtigde maximaal c.a. €5.000 aan vermogen mag hebben. Het meerdere moet eerst worden opgemaakt. De partnertoets en de vermogentoets gaan ook gelden voor de "nieuwe" Wajong, vanaf 1 januari 2014. De volledig en duurzaam arbeidsongeschikten worden ontzien bij deze partner - en vermogenstoets.  De loonhoogte van de Wet Werken naar Vermogen is afhankelijk van de verdiencapaciteit van de arbeidsongeschikte. Het maximum is 70% van het minimumloon.


Loondispensatie
Met deze wet komt er een nieuw belangrijk instrument, wat loondispensatie heet. "De werkgever betaalt alleen voor de productie die wordt geleverd en de overheid vult de rest aan."

Minimumloon
De eerste vijf jaar moeten veel mensen met minder dan het minimumloon zien rond te komen.

Jongeren met een arbeidsbeperking die (gedeeltelijk) kunnen werken krijgen namelijk sinds 1 januari 2012 te maken met een huishoudinkomenstoets. Dit betekent dat als zij nog thuis wonen of samenwonen dat ze geen aanspraak kunnen maken op een uitkering en niet op passende voorzieningen vanuit het UWV.
Alle inkomsten / uitkeringen van volwassenen uit een gezin tellen mee met het gezinsinkomen. Bij teveel gezinsinkomen krijgt de jongere geen uitkering of aanvulling op hun verminderde loon.

De groep die buiten de boot gaat vallen, bedraagt ruim 10 duizend mensen per jaar.  Wat  namelijk blijkt is dat van de instromers die gedeeltelijk kunnen werken, circa 75%! bij ouders woont of samenwoont en dus met de huishoudinkomenstoets te maken krijgt. Zij worden daarmee direct een niet-uitkeringsgerechtigde, een zogenaamde Nugger.


memorie van toelichting wet werken naar vermogen
(Klik op het icoontje wanneer u het hele document wilt downloaden)